De toepassing en waarde van kaarten in designonderzoek.

Breng de omgeving van je gebruiker in kaart.

Door Bram van Houten op 31 augustus 2018
Leestijd 4 minuten

Kaarten zijn fascinerend. Ik verzamel ze bewust en onbewust al jaren. Kaarten vertellen verhalen en scheppen een beeld. Zo ligt er bij mij thuis een Russische kaart uit 1976 (midden in de koude oorlog) van het Groningse dorp waar ik ben opgegroeid en een kaart van Iran in 1974 (5 jaar voor het einde van de Pahlavi Dynastie). Beide vertellen een verhaal waar ik niet bij was maar dat ik beter begrijp door dat wat ze als kaart doen, ze bieden overzicht en detail in één.

Kaarten kunnen daarom een erg handig hulpmiddel in je designonderzoek zijn. Ze kunnen je in korte tijd inzicht geven in een omgeving, zodat je weet waar je moet beginnen. Dit kan gaan om kaarten van hele provincies, tot klaslokalen. Aan de hand van een case wil ik je laten zien wat ik bedoel:

Het voorbeeld: De studenten van de Frisian Design Factory kregen een nieuw lokaal, dat ze zouden gaan delen met de minor ondernemen. Het lokaal moest een creatieve broeiplaats worden waar studenten samen konden werken, maar ook gefocust aan de slag konden gaan. Na enkele weken op de nieuwe plek ontstonden er toch wat frustraties; projectgroepen vinden moeilijk een plek waar ze lekker kunnen werken, het is lastig om gefocust te blijven, en er wordt geklaagd over teveel afleiding. Er moest iets veranderen. Om een goed beeld te krijgen van de werkomgeving van de studenten hebben we kaarten ingezet.

We lieten de studenten met ecoline in verschillende kleuren op een kaart vastleggen waar ze werden afgeleid, waar het rommelig was, en waar ze wel geconcentreerd konden werken.

Een kaart waarop wordt aangegeven waar studenten de meeste afleiding ervaren


Afleiding.
In geel de plekken waar studenten de meeste afleiding ervaren, in blauw de plekken waar het rustig is.

Een kaart waarop wordt aangegeven waar studenten het meeste rommel ligt


Rommel.
In het groen de plekken waar de meeste rommel ligt, in het rood waar het netjes is.

Een kaart waarop wordt aangegeven waar studenten graag alleen of als groep werken


Werken.
In roze wordt aangegeven waar de studenten graag alleen werken, in oranje waar ze graag als groep werken.

Vervolgens legden we de resultaten over elkaar heen in Photoshop. (Het was even wat prutsen — papier trekt krom door de ecoline — maar daar laten we ons niet door tegenhouden.) Zo kwamen bovenstaande patronen tevoorschijn.

Wat leer je daar nou van?

Door uiteindelijk de kaarten over elkaar heen te leggen, konden we zien hoe de gemiddelde ervaring van de studenten eruitzag. Ecoline is hier heel geschikt voor dankzij de zachte en waterige eigenschappen. Hoe vaker het op één plek op de kaart is aangebracht, hoe duidelijker de kleur naar voren komt. Zo kun je dankzij de velle kleur direct zien dat de ronde tafels aan de rechterkant van het lokaal het liefst worden gebruikt door groepen.

(Andere) mogelijke conclusies die je eruit kan halen:

  • De ronde tafels worden meestal door groepen gebruikt.
  • Studenten werken het liefst in hun eentje aan de linkerkant van de ruimte.
  • Er is een looproute in het gebouw die door deze ruimte heenloopt.
  • De looproute van de ruimte zelf zit in het midden van de ruimte
  • De kasten worden als rommelig ervaren.


Zo hebben we snel een goede basis neergezet om onze volgende vragen op te baseren. De resultaten maken voor ons, maar ook voor de studenten, inzichtelijk hoe ze met hun omgeving omgaan en deze ervaren. We hebben een duidelijker beeld van wat er in de ruimte gebeurd. De volgende stap zou zijn om uit te zoeken waarom en wat we hier aan kunnen doen.

Tijdens gesprekken met de studenten — ook al tijdens het invullen van de kaarten — en door goed door te vragen, leerden we in korte tijd waar de verbeterpunten voor de indeling van de ruimte lagen.

Kaarten helpen je navigeren in het onbekende

Zoals ik eerder al stelde zijn kaarten erg handig, omdat ze ons overzicht en detail in één bieden. In het geval van de studenten maakten de overlappende kaarten voor ons duidelijk waar de grote knelpunten zaten, maar ook van de individuele kaarten konden we iets leren (“Ik erger mij rot aan die rommelige kasten.”). Kaarten leren ons niet hoe de vork precies in de steel steekt — de ‘waarom’ komt alleen naar voren als we het gesprek aan gaan — maar ze helpen ons om een beeld te vormen van het geheel zodat we gerichtere vragen kunnen stellen.

Dezelfde inzet van kaarten zou ook goed van pas komen als je bijvoorbeeld de veiligheid op de werkvloer in kaart wil brengen, of wat dacht je van de drukte op festivals, en de ongemakken in een supermarkt? De mogelijkheden zijn eindeloos!

 — Bram van Houten, van Op Scherp



Meer weten over het verhaal achter de kaarten die ik thuis heb hangen, of over hoe je kaarten gebruikt in je onderzoek? Ik vertel er in beide gevallen graag meer over. Je kunt mij met al je vragen bereiken op bram@opscherp.com

Houd ons in de gaten

Iedere eerste maandag van de maand een persoonlijke nieuwsbrief met artikelen over innovatie, design thinking, empathie, en creativiteit.